Jaren 20 cabaret wordt passionele rock Toen in de jaren 20 de sociaal voelende Bertold Brecht opera’s en cabaret schreef voor het gewone volk, in samenwerking met Kurt Weill, of Hans Eisler, had hij nooit kunnen vermoeden dat in de 20ste eeuw muziek in al zijn vormen voor iedereen toegankelijk geworden was. De sfeer van deze jonge dagen, en sommige songs krijgen af en toe wel eens tribuut, denk maar aan “Whiskey Bar”(Brecht/Weill) door de Doors. Barbez brengt het beste van die dagen weer boven in een rock context. In het begin, met hun eerste album, was dat met een zekere agressieve overtuigingskracht, en een bijna een punk attitude. In dit album is hun stijl wat subtieler geworden in arrangementen, en er zijn ook veel rustpunten. Een drijvende kracht is natuurlijk de Russische zangeres, Ksenia Vidyaykina. “Strange” is zeker een hoogtepunt op het album, en is de groep op hun meest passionele, als heftige kamermuziekrock, met de gedreven operaachtige stem van de zangeres, en bijna psychedelische rock improvisaties als een combinatie van banjo met elektrische gitaren, een bijna rituele drum, groeiend als een magmaenergie, en dan weer kalm wordend. De meeste composities zijn gelijkaardig gearrangeerde, sterk gedreven rocksongs. Prachtig is ook het gebruik van het speciale instrument van de theremin, een in de lucht gespeeld instrument, dat vibrerende tonen veroorzaakt met een klankkleur tussen stem en viool. Vele thereminpassages zorgen voor heel veel sfeer. Verder waagden ze zich ook aan rockversies van Schnittke (een van de grote 20ste eeuwse Russische componisten, met passionele composities), Hans Eisler/Brecht (al eerder vernoemd), een rustig band arrangement van Erik Satie (vooral gekend voor zijn pianocomposities, waar de spanning van stilte tussen noten even belangrijk was) en een even gedreven versie van een Russische traditional.